6 min
Wat hebben singles en matchmakers eigenlijk aan wetenschappelijk onderzoek naar persoonlijkheid
en hechting? Minder dan je misschien denkt als het gaat om voorspellen wie bij wie past. Maar juist méér
als we kijken naar water gebeurt ná een ontmoeting. In deze blog gaat Liselotte Visser in op waar volgens
haar de belangrijkste praktische winst van haar onderzoek ligt.
Mijn onderzoek geeft geen aanleiding om singles op basis van persoonlijkheid of hechtingsstijl anders te matchen. De belangrijkste praktische winst zit volgens mij juist in betere begeleiding na een ontmoeting: vertragen, onderzoeken wat er precies gebeurt en onderscheid maken tussen een mismatch, gebrek aan aantrekkingskracht en spanning die door nabijheid wordt opgeroepen.

Na een promotie krijg je vanzelf de vraag: mooi, maar wat hebben we hier nu aan? Ik snap die vraag goed. Zeker omdat mijn onderzoek niet alleen vanuit nieuwsgierigheid is ontstaan, maar ook uit de praktijk van professionele matchmaking. Dan wil je uiteindelijk weten of de resultaten iets betekenen voor hoe we met singles werken.
Het korte antwoord is: ja, maar waarschijnlijk niet op de manier waarop je misschien zou verwachten.
Mijn onderzoek geeft namelijk geen aanleiding om mensen met bepaalde persoonlijkheidskenmerken of hechtingsstijlen anders te gaan matchen. Ik zou het zelfs riskant vinden als iemand na het lezen van één van mijn studies zou denken: mooi, dan weten we nu wie we wel of niet aan elkaar moeten voorstellen. Zo sterk zijn de resultaten niet en zo werkt relatievorming ook niet.

Wat mijn onderzoek mij wél heeft geleerd, is dat we beter moeten kijken naar het proces nadat twee mensen elkaar werkelijk ontmoeten. Niet ieder probleem zit in de match. In de praktijk is het verleidelijk om na een mislukte ontmoeting meteen naar de match zelf te kijken. Hij was te stil.
Zij was te kritisch. Ze hadden verschillende interesses. Hij voelde geen klik. Zij miste aantrekkingskracht. En soms is dat precies wat er aan de hand is. Mensen passen niet bij elkaar. Punt.
Ik vind het belangrijk om dat niet te psychologiseren. Niet iedere twijfel betekent bindingsangst en niet iedere afwijzing zegt iets over hechting. Soms vind je iemand gewoon niet leuk genoeg.
Maar het omgekeerde geldt ook. Soms is een eerste oordeel minder helder dan het lijkt. Iemand kan bijvoorbeeld zeggen: “Ik voelde geen klik”, terwijl er eigenlijk nog nauwelijks tijd is geweest om iets te laten ontstaan. Of iemand haakt af op iets kleins dat opeens heel groot voelt. Of er ontstaat juist spanning op het moment dat de ander duidelijk interesse toont.
Dat wil niet zeggen dat iemand dan moet worden overgehaald om toch verder te gaan. Dat zou ik juist niet willen. Maar het kan wel interessant zijn om even te vertragen en te onderzoeken wat er precies gebeurde. Wat gebeurde er op het moment dat je oordeel veranderde?
Dat is een vraag die ik in mijn werk als psycholoog vaak nuttiger vind dan: “Waarom doe je dit altijd?”
Wat gebeurde er precies? Wanneer veranderde je gevoel? Wat zei de ander? Wat dacht jij op dat moment? Wat deed je daarna? En hoe reageerde de ander daarop?
Dat soort vragen zijn minder spectaculair dan een etiket, maar leveren vaak veel meer informatie op.
Bij de fearful hechtingsstijl vind ik dat bijzonder interessant. In mijn onderzoek hing juist die stijl samen met minder relatievorming, terwijl andere voor de hand liggende psychologische maten dat niet deden. Wat mij betreft volgt niet dat we mensen met zo’n hechtingspatroon anders moeten koppelen, maar ligt de relevante vraag juist ná de koppeling: Wat gebeurt er wanneer een contact serieuzer wordt? Wat gebeurt er wanneer iemand zich werkelijk gezien voelt? Wat gebeurt er wanneer de ander niet meer alleen een mogelijke partner is, maar iemand die zelf ook verwachtingen, verlangens en gevoelens krijgt?

Ik denk dat daar in professionele matchmaking een interessant onderscheid ligt. Begeleiding mag nooit betekenen dat een matchmaker iemand probeert te overtuigen om door te gaan met iemand die niet past. Daar geloof ik niet in. Maar begeleiding kan wel helpen om het eigen proces beter te begrijpen. Soms is het heel zinvol om na een ontmoeting even stil te staan bij de vraag waarop een oordeel gebaseerd is. Ging het werkelijk om een fundamenteel verschil in waarden of toekomstwensen? Was er geen enkele aantrekkingskracht? Of ontstond er vooral spanning, onzekerheid of haast? Dat zijn verschillende dingen.
En ook de timing kan uitmaken. Sommige mensen weten na een uur precies dat ze iemand niet nog een keer willen zien. Bij anderen ontstaat aantrekkingskracht veel langzamer. Als je beide groepen dezelfde regel geeft, doe je waarschijnlijk minstens één van de twee tekort. Ik denk dus dat goede begeleiding minder gaat over zeggen wat iemand moet doen en meer over helpen onderscheiden wat er gebeurt.

Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van iemand die al tientallen jaren bij een relatiebureau werkt. Natuurlijk blijft de vraag wie mogelijk bij iemand past belangrijk. Daar begint matchmaking mee. Maar mijn promotieonderzoek heeft me wel voorzichtiger gemaakt met het idee dat we relatievorming vooral vooraf kunnen optimaliseren.
We kunnen vooraf veel weten. Levensfase. Waarden. Wensen. Persoonlijkheid. Relatiegeschiedenis.
Praktische omstandigheden. Dat helpt allemaal. Maar uiteindelijk ontstaat een relatie niet op papier.
Er moet een ontmoeting komen waarin twee mensen zich tot elkaar gaan verhouden. En juist in die wederkerigheid gebeurt er iets wat zich niet volledig laat voorspellen. Daarom denk ik dat verdere professionalisering van matchmaking niet alleen zit in steeds verfijnder selecteren, maar ook in beter begrijpen wat er gebeurt zodra een kennismaking betekenis krijgt.

Misschien is de belangrijkste boodschap wel dat je niet alles vooraf over jezelf hoeft te weten.
Je hoeft niet eerst volledig “geheeld” te zijn voordat je een relatie kunt aangaan. Je hoeft ook niet met een perfect psychologisch profiel de datingwereld in. Maar het kan wel helpen om nieuwsgierig te blijven naar je eigen reacties. Niet iedere twijfel meteen wegdrukken. Maar ook niet iedere twijfel automatisch als waarheid behandelen. Niet denken: als ik spanning voel, is deze persoon fout.
Maar evenmin: als ik spanning voel, ligt het allemaal aan mij. Dat tussengebied is ingewikkeld. En volgens mij juist daarom interessant.
Mijn onderzoek heeft uiteindelijk minder eenvoudige antwoorden opgeleverd dan ik in 2014 misschien had verwacht. Daar ben ik eigenlijk blij om. Want liefde is ingewikkeld genoeg om wantrouwig te worden van iedere theorie die haar in drie stappen oplost. Wat we wél kunnen doen, is steeds beter kijken. Naar de persoon. Naar de ander. Naar de context. En vooral naar wat er gebeurt wanneer twee mensen elkaar werkelijk ontmoeten. Dat lijkt misschien minder spectaculair dan een formule voor de perfecte match. Maar ik denk dat het dichter bij de werkelijkheid komt.

Vul je naam en e-mailadres in. Je ontvangt regelmatig relatie tips en je blijft op de hoogte van onze diensten. ♥
"*" geeft vereiste velden aan