6 min
Onderzoek naar liefde en partnerkeuze levert soms heel verschillende conclusies op.
Dat lijkt verwarrend, totdat je kijkt naar wat er precies is onderzocht.
Gaat het om een eerste indruk, een tweede date of een relatie die echt standhoudt?
En welke rol spelen leeftijd, persoonlijkheid en de manier waarop mensen elkaar ontmoeten?
Wie lang genoeg onderzoek naar liefde en partnerkeuze leest, loopt vroeg of laat tegen een merkwaardig probleem aan. Studies lijken elkaar soms tegen te spreken. De ene keer lees je dat extraverte mensen succesvoller zijn in de liefde. In ander onderzoek blijken juist eigenschappen als zorgvuldigheid en emotionele stabiliteit belangrijk. En weer andere studies vinden nauwelijks een verband tussen persoonlijkheid en datingsucces.
Hoe kan dat? Dat was een van de vragen waar ik al vrij vroeg in mijn promotieonderzoek tegenaan liep. En het is ook precies het soort vraag waardoor ik het oorspronkelijke onderzoek erbij wil pakken. Want voordat je concludeert dat wetenschappers het kennelijk niet weten, is het verstandig iets anders te vragen.

Neem extraversie. Uit onderzoek naar speeddaten zijn aanwijzingen dat extraverte mensen bij een eerste ontmoeting voordeel kunnen hebben. Dat klinkt aannemelijk. Iemand die gemakkelijk contact maakt, levendig reageert en weinig moeite heeft met sociale situaties kan in een gesprek van enkele minuten gemakkelijker een positieve indruk maken.
Maar in onderzoek naar langdurige relaties verschijnen weer andere persoonlijkheidskenmerken. Daar worden bijvoorbeeld consciëntieusheid en emotionele stabiliteit in verband gebracht met relatietevredenheid en stabiliteit. Dat klinkt óók aannemelijk.
Een eerste indruk maken en jarenlang samen een leven opbouwen vragen tenslotte niet noodzakelijk dezelfde dingen van een mens. En dan is er online dating. Ook daar is onderzoek gedaan naar persoonlijkheid, maar de voorspellende waarde van brede persoonlijkheidskenmerken voor datingsucces blijkt beperkt.
Drie soorten onderzoek. Drie verschillende beelden.
Dat wordt pas echt interessant wanneer je goed kijkt naar wat onderzoekers eigenlijk “succes” noemen. Een swipe, een tweede date of een relatie? In onderzoek naar partnerkeuze worden allerlei uitkomstmaten gebruikt. Vindt iemand de ander aantrekkelijk? Wil iemand nog een keer afspreken? Ontstaat er een match? Is iemand van plan het contact voort te zetten? Zijn partners tevreden binnen een relatie die al bestaat?
Allemaal legitieme wetenschappelijke vragen. Maar het zijn verschillende vragen. Iemand aantrekkelijk vinden is nog geen relatie. Een tweede date willen evenmin. En wat ervoor zorgt dat twee mensen tijdens een eerste ontmoeting enthousiast over elkaar worden, hoeft niet hetzelfde te zijn als wat ervoor zorgt dat zij drie maanden later allebei zeggen: ja, wij willen hiermee verder.
Dat klinkt nogal vanzelfsprekend wanneer je het zo opschrijft. Toch gebruiken we al die onderzoeksresultaten in het dagelijks leven gemakkelijk door elkaar. Dan lezen we bijvoorbeeld dat “extraverte mensen succesvoller zijn in de liefde”, terwijl het oorspronkelijke onderzoek misschien alleen liet zien dat zij tijdens een korte eerste ontmoeting vaker aantrekkelijk werden gevonden.
Dat is precies waarom ik zo graag het oorspronkelijke artikel lees. De interessante informatie zit vaak een paar lagen onder de kop.

Er is nog een vraag die me steeds meer ging bezighouden: bij wie is het onderzoek gedaan? Liefde op je twintigste vindt plaats in een andere levensfase dan liefde op je zestigste. Niet noodzakelijk omdat de fundamentele behoefte aan verbinding anders is, maar de context kan behoorlijk verschillen. Op jongere leeftijd staan opleiding, carrière, samenwonen en eventueel kinderen krijgen vaak nog vóór iemand. Later in het leven kan iemand een lang huwelijk achter de rug hebben, kinderen en kleinkinderen hebben, een eigen huis en een zorgvuldig opgebouwd zelfstandig leven. Je begint dan niet met een leeg vel. Je voegt een mogelijke relatie toe aan een leven dat al een hele geschiedenis heeft. Zou dezelfde persoonlijkheidseigenschap in al die levensfasen precies dezelfde betekenis hebben? Misschien. Maar dat kun je niet automatisch aannemen. In mijn eerste studie lag de gemiddelde leeftijd van de deelnemers rond de 62 jaar. Dat alleen al maakte onze onderzoeksgroep interessant voor mij. Dit waren geen studenten die in een experimentele setting enkele potentiële partners beoordeelden, maar volwassenen die zich bewust hadden aangemeld omdat zij serieus een relatie wilden vormen.

Zelfs wanneer je twee mensen van dezelfde leeftijd en met dezelfde persoonlijkheid neemt, kan de manier waarop zij iemand ontmoeten verschillen. Op een datingapp moet je zelf selecteren uit een groot aanbod. Bij speeddaten krijg je enkele minuten om een indruk te maken. Tijdens een spontane ontmoeting moet je misschien eerst zelf initiatief nemen.
Bij professionele matchmaking is die eerste fase anders georganiseerd. Er is vooraf gesproken over wie iemand is, wat belangrijk is in het leven en wat iemand in een relatie zoekt. Een matchmaker selecteert mee en brengt vervolgens twee mensen gericht met elkaar in contact.
Het zou dus kunnen dat een eigenschap die in de ene omgeving veel invloed heeft, in een andere omgeving minder bepalend wordt. Ik schrijf bewust: zou kunnen. Want precies op dat punt moet je als onderzoeker oppassen. Dat iets een aannemelijke verklaring is, betekent nog niet dat je hebt aangetoond dat het zo werkt.

Langzamerhand begon ik de verschillen tussen eerdere onderzoeken daarom minder als een probleem te zien. Misschien spreken die onderzoeken elkaar helemaal niet zo sterk tegen. Misschien laten ze zien dat “succes in de liefde” geen enkelvoudig verschijnsel is. Wat helpt om tijdens vijf minuten speeddaten belangstelling te wekken, hoeft niet te voorspellen of je een langdurige relatie vormt. Wat belangrijk is binnen een huwelijk van twintig jaar, hoeft niet hetzelfde te zijn als wat bepaalt of twee onbekenden na een eerste ontmoeting verder willen. En wat werkt wanneer je twintig bent, hoeft niet zonder meer hetzelfde te werken wanneer je zestig bent.
Daarmee werd onze eerste onderzoeksvraag eigenlijk interessanter. Wij hadden gegevens van 1.704 mensen die deelnamen aan professionele matchmaking. We kenden hun persoonlijkheid. En we keken niet alleen naar een eerste indruk of de wens voor een tweede afspraak, maar naar de vraag of er daadwerkelijk een relatie ontstond die ten minste drie maanden duurde.
Op basis van al het eerdere onderzoek hadden we heel redelijke verwachtingen over wat we zouden vinden. Alleen wist ik inmiddels ook dat een redelijke verwachting nog geen resultaat is.

Op vrijdag 18 september om 13.30 uur verdedig ik mijn proefschrift aan de Open Universiteit. Je kunt de verdediging live online volgen via ou.nl/live.

Vul je naam en e-mailadres in. Je ontvangt regelmatig relatie tips en je blijft op de hoogte van onze diensten. ♥
"*" geeft vereiste velden aan