10 min
Waarom vind ik geen partner? Als de liefde uitblijft, kun je steeds meer aan jezelf gaan
twijfelen. Ben je te kritisch? Te onzeker? Of doe je iets verkeerd? Maar hoe terecht is het
om de verklaring bij jezelf te zoeken? Wetenschappelijk onderzoek geeft aanleiding om
ook eens te kijken naar de manier waarop je iemand probeert te ontmoeten.
Wanneer het maar niet lukt om een partner te vinden, zoeken we de verklaring vaak bij onszelf. Ben ik te kritisch? Te onzeker? Heb ik bindingsangst? Maar wetenschappelijk onderzoek laat zien dat persoonlijkheid en zelfwaardering lang niet altijd voorspellen wie daadwerkelijk een relatie vormt. Bovendien maakt het uit in welke omstandigheden mensen elkaar ontmoeten. Misschien moeten we daarom niet alleen kijken naar wie we zijn, maar ook naar de manier waarop we een partner proberen te vinden.

Een goede vriend vertelt je dat hij al jaren op zoek is naar een relatie. Hij heeft een leuk leven, een goede baan, fijne vrienden en genoeg interesses. Hij ontmoet regelmatig iemand. Soms volgt er een tweede of derde afspraak. Maar op de een of andere manier wordt het nooit iets.
Langzaam begint hij aan zichzelf te twijfelen. “Ik snap het gewoon niet”, zegt hij. “Anderen lukt het wel. Waarom mij niet? Ben ik misschien te kritisch? Of is er iets mis met mij?”
En dan vraagt hij jou: “Wat denk jij? Waarom lukt het mij niet om een relatie te vinden?”
Wat zou je antwoorden? Zou je hem vertellen dat hij waarschijnlijk bindingsangst heeft? Dat hij eerst aan zijn zelfvertrouwen moet werken? Dat hij minder kritisch moet zijn? Of zou je nieuwsgierig worden? Misschien vragen hoe die ontmoetingen verlopen. Wat voor mensen hij tegenkomt. Waarom het contact stopt. Of hij zelf afhaakt, of dat de ander niet verder wil.
Waarschijnlijk zou je niet meteen concluderen dat er iets mis is met zijn persoonlijkheid. Maar stel nu eens dat jijzelf die vriend bent. Zou je dan even nieuwsgierig en begripvol naar jezelf kijken?

Als psycholoog valt het me regelmatig op hoe gemakkelijk mensen zichzelf een verklaring geven voor iets wat niet lukt. Zeker als het om relaties gaat.
“Ik ben nu eenmaal te kritisch.” “Ik trek altijd de verkeerde mensen aan.” “Ik heb waarschijnlijk bindingsangst.” “Ik moet eerst leren van mezelf te houden.”
Sociale media maken het er wat mij betreft niet gemakkelijker op. Je hoeft maar even rond te kijken en de psychologische verklaringen vliegen je om de oren. Iemand trekt zich terug? Bindingsangst. Iemand zoekt bevestiging? Verlatingsangst. Iemand blijft single? Waarschijnlijk een onveilige hechtingsstijl.
Het opmerkelijke vind ik hoe stellig zulke uitspraken vaak worden gedaan. Alsof ingewikkeld menselijk gedrag zich met een paar trefwoorden laat verklaren. En of die verklaringen wetenschappelijk onderbouwd zijn, lijkt lang niet altijd belangrijk.
Natuurlijk kunnen persoonlijke patronen een rol spelen. Maar een herkenbare verklaring is nog geen juiste verklaring. En een etiket vertelt ons meestal veel minder dan we denken.
Wat zegt de wetenschap eigenlijk over de eigenschappen die bepalen of iemand een relatie vindt?

Neem bijvoorbeeld persoonlijkheid. Binnen de psychologie onderscheiden we vijf brede persoonlijkheidsdimensies, de zogenaamde Big Five. Daaronder vallen onder andere extraversie, vriendelijkheid, zorgvuldigheid, emotionele stabiliteit en openheid voor ervaringen.
Er zijn goede redenen om te verwachten dat zulke eigenschappen invloed hebben op het vinden van een partner. Iemand die gemakkelijk contact legt, zal misschien eerder een gesprek beginnen. Iemand die zich onzeker voelt bij onbekenden, heeft daar mogelijk meer moeite mee.
En inderdaad: in onderzoek naar speeddaten vinden we aanwijzingen dat persoonlijke eigenschappen een rol kunnen spelen bij de eerste partnerkeuze.
Zo onderzochten Asendorpf en collega’s (2011) het datinggedrag van 382 singles. Zij keken niet alleen naar hun eerste keuzes tijdens speeddates, maar volgden ook of daar later romantische contacten of relaties uit voortkwamen. Tijdens de eerste selectie bleek lichamelijke aantrekkelijkheid belangrijk. Bij de keuzes van vrouwen speelden daarnaast onder andere openheid voor ervaringen en verlegenheid van de man een rol.
Maar in een studie die ik met collega’s uitvoerde onder 1.704 deelnemers aan professionele matchmaking vonden we iets anders. Geen van de vijf brede persoonlijkheidsdimensies voorspelde significant wie daadwerkelijk een relatie vormde (Visser et al., 2025). In een andere studie onder 183 deelnemers bleek ook zelfwaardering geen significante voorspeller van relatievorming (Visser et al., 2026).
Hoe kan dat? Spreken die onderzoeken elkaar tegen?
Niet noodzakelijk. Want er zijn belangrijke verschillen tussen wat onderzoekers meten, welke mensen ze onderzoeken én de omstandigheden waarin die mensen elkaar ontmoeten.

Stel je voor dat je introvert bent. Je vindt het prettig om eerst even de kat uit de boom te kijken. Je voert graag diepgaande gesprekken, maar hebt wat tijd nodig om je op je gemak te voelen bij onbekenden.
Nu besluit je te gaan speeddaten. Je zit tegenover iemand die je nog nooit hebt ontmoet. Je krijgt een paar minuten om een indruk te maken en vervolgens schuift de volgende kandidaat alweer aan.
Iemand die gemakkelijk praat, snel contact legt en zich prettig voelt in onbekende sociale situaties, kan in zo’n omgeving voordeel hebben.
Maar stel nu dat diezelfde introverte persoon via professionele matchmaking aan iemand wordt voorgesteld. Er is vooraf gekeken naar interesses, waarden, levensfase en wensen. Er hoeft geen indruk gemaakt te worden op een hele groep onbekenden. Er is één gerichte kennismaking waarbij de deelnemers de tijd kunnen nemen om elkaar te leren kennen.
De persoonlijkheid van die persoon is niet veranderd. De omstandigheden waarin die persoonlijkheid tot uiting komt, zijn wel veranderd.
En precies daarom vind ik de datingcontext psychologisch zo interessant.
Mijn eigen onderzoek laat zien dat de Big Five binnen de onderzochte professionele matchmaking geen significante voorspellers van relatievorming waren. Dat bewijst niet dat dit door de begeleiding van de matchmaker kwam. Daarvoor zouden we verschillende manieren van daten rechtstreeks met elkaar moeten vergelijken.
Maar het roept wel een interessante vraag op: zouden bepaalde eigenschappen in de ene datingomgeving belangrijker kunnen zijn dan in de andere?

Daar komt nog iets bij. Wanneer we onderzoeken wie succesvol is in de liefde, moeten we eerst vaststellen wat we eigenlijk onder succes verstaan.
Iemand aantrekkelijk vinden is niet hetzelfde als een relatie vormen. Een tweede afspraak willen evenmin. Je kunt enthousiast zijn na een eerste ontmoeting en na de derde afspraak ontdekken dat jullie helemaal niet bij elkaar passen.
In mijn onderzoek naar professionele matchmaking keken we daarom niet alleen naar belangstelling of een vervolgafspraak, maar naar de vraag of er daadwerkelijk een relatie was ontstaan die ten minste drie maanden duurde.
Dat is een wezenlijk andere uitkomst dan de eerste indruk tijdens een speeddate.
En het maakt duidelijk waarom we voorzichtig moeten zijn met algemene uitspraken over welke eigenschappen iemand succesvol maken in de liefde.

Laten we nog eens teruggaan naar onze vriend. Hij vertelt dat hij vooral datingapps gebruikt. Iedere avond bekijkt hij profielen. Soms ontstaat er een gesprek, af en toe een ontmoeting, maar inmiddels begint hij er behoorlijk moedeloos van te worden.
Wat zou je hem adviseren? Nog betere foto’s maken? Een aantrekkelijkere profieltekst schrijven? Minder kritisch zijn?
Misschien. Maar ik zou eerst iets anders willen weten: past deze manier van kennismaken eigenlijk wel bij hem?
Niet iedereen komt in dezelfde omgeving even goed tot zijn recht. Sommige mensen vinden het heerlijk om veel nieuwe mensen te ontmoeten. Anderen voelen zich prettiger wanneer er meer tijd is om iemand rustig te leren kennen.
Bij speeddaten ligt de nadruk op een korte eerste indruk. Online dating begint meestal met foto’s en profielinformatie. Professionele matchmaking biedt meer structuur en een gerichte introductie. En iemand spontaan ontmoeten tijdens een gezamenlijke activiteit is weer een heel andere situatie.
Geen van die manieren is automatisch de beste. Mijn onderzoek toont ook niet aan dat professionele matchmaking beter werkt dan andere datingvormen.
Maar misschien stellen we onszelf te weinig de vraag of de manier waarop we een partner zoeken eigenlijk bij ons past.
We denken vaak dat we onszelf moeten veranderen om succesvoller te worden in het daten. Zelfverzekerder worden. Spontaner zijn. Minder kritisch. Meer initiatief nemen.
Maar wat als het probleem niet zozeer bij de persoon ligt, maar bij de omstandigheden waarin die persoon probeert iemand te ontmoeten?

Stel dat je de afgelopen maanden verschillende mensen hebt ontmoet, maar dat daar geen relatie uit is ontstaan.
Voordat je concludeert dat je te kritisch bent, bindingsangst hebt of aan je zelfvertrouwen moet werken, zou je jezelf een paar andere vragen kunnen stellen.
Waar ontmoet ik eigenlijk potentiële partners? Voel ik me prettig bij die manier van kennismaken? Krijg ik voldoende gelegenheid om iemand echt te leren kennen? En wat gebeurde er nu precies tijdens de ontmoetingen die nergens toe leidden?
Misschien ontdek je dat je telkens mensen ontmoet die heel andere toekomstwensen hebben. Misschien dat je na een eerste ontmoeting weinig ruimte geeft om belangstelling te laten groeien. Misschien merk je dat je onzeker wordt wanneer iemand werkelijk interesse toont.
Dan kan het zinvol zijn om naar persoonlijke patronen te kijken.
Maar misschien ontdek je ook dat je helemaal niets verkeerd doet. Dat er gewoon nog niemand is geweest met wie de belangstelling wederzijds was.
Dat is óók een mogelijkheid.

Ik denk dat ik hem vooral zou adviseren om nieuwsgierig te blijven. Naar zichzelf, maar ook naar de ander. Naar wat er tijdens ontmoetingen gebeurt. En naar de omgeving waarin hij een partner probeert te vinden.
Want een relatie ontstaat nooit door één persoon alleen. Er zijn twee mensen nodig, met ieder hun eigen persoonlijkheid, verwachtingen, ervaringen en gevoelens. En vervolgens moet er tussen die twee mensen iets ontstaan wat je vooraf maar beperkt kunt voorspellen.
Daarom is het niet alleen belangrijk om na te denken over de omgeving waarin jij je prettig voelt. Het gaat er ook om in welke omstandigheden een ander de gelegenheid krijgt om jou werkelijk te leren kennen. Wie tijdens een speeddate wat stil en terughoudend overkomt, kan tijdens een rustig gesprek juist heel warm, geestig en geïnteresseerd blijken. Je bent nog steeds dezelfde persoon. Maar een ander krijgt misschien een heel andere kant van je te zien.
Dus voordat je jezelf een etiket geeft of besluit dat je kennelijk niet geschikt bent voor een relatie, zou ik nog eens terugdenken aan die goede vriend.
Wat zou je hem adviseren? En waarom zou dat advies niet net zo goed voor jou kunnen gelden?
Dus voordat je jezelf een etiket geeft of besluit dat je kennelijk niet geschikt bent voor een relatie, zou ik nog eens terugdenken aan die goede vriend…
Dr. Liselotte Visser is GZ-psycholoog en promoveerde in september 2026 aan de Open Universiteit op onderzoek naar persoonlijkheid, zelfwaardering, hechting en relatievorming. Zij is al ruim veertig jaar verbonden aan Mens & Relatie.

Asendorpf, J. B., Penke, L., & Back, M. D. (2011). From dating to mating and relating: Predictors of initial and long-term outcomes of speed-dating in a community sample. European Journal of Personality, 25(1), 16–30. https://doi.org/10.1002/per.768
Visser, L., Pat-El, R., Lataster, J., Van Lankveld, J., & Jacobs, N. (2025). The relation between Big Five personality traits and relationship formation through matchmaking. Psychology International, 7(2), 52. https://doi.org/10.3390/psycholint7020052
Visser, L., et al. (2026). Predicting matchmaking success: The role of self-esteem and attachment in relationship formation. Social Sciences & Humanities Open, 13, 102724. https://doi.org/10.1016/j.ssaho.2026.102724

Vul je naam en e-mailadres in. Je ontvangt regelmatig relatie tips en je blijft op de hoogte van onze diensten. ♥
"*" geeft vereiste velden aan