6 min
Je kunt heel graag een relatie willen. Maar wat gebeurt er als die liefde ineens echt dichtbij
komt? In mijn onderzoek bleek juist daar een interessant hechtingspatroon een rol te spelen.
Een uitkomst die niet alles verklaart, maar wel een verrassende nieuwe vraag oproept.
In mijn onderzoek voorspelden zelfwaardering, impliciete maten en verschillende voor de hand liggende hechtingspatronen niet wie een relatie vormde. Eén hechtingspatroon deed dat wel: fearful attachment, een patroon waarin verlangen naar verbondenheid samengaat met onzekerheid over nabijheid, vertrouwen en mogelijke afwijzing. Een mogelijke verklaring is dat die spanning juist sterker merkbaar wordt wanneer een contact wederzijds en belangrijk wordt.
In mijn vorige blog vertelde ik over een resultaat dat me behoorlijk aan het denken zette.
We hadden verwacht dat persoonlijkheid iets zou zeggen over wie uiteindelijk een relatie vormde.
Dat bleek niet zo te zijn. Dus gingen we verder zoeken.
Naar zelfwaardering. Naar hechting. En naar processen die misschien minder gemakkelijk bewust onder woorden te brengen zijn. En daar vonden we uiteindelijk de uitkomst uit mijn proefschrift die mij persoonlijk het meest is blijven intrigeren.
Niet omdat ze alles verklaart. Juist omdat ze een nieuwe vraag oproept.
Wat gebeurt er wanneer iemand heel graag een relatie wil — en die gewenste nabijheid vervolgens werkelijk dichtbij komt?

In deze studie volgden we 183 singles die deelnamen aan professionele matchmaking. We onderzochten hun zelfwaardering en verschillende hechtingspatronen. En we deden dat zowel met expliciete vragenlijsten als met impliciete maten, waarbij automatische associaties via reactietijden werden onderzocht.
Ook hier hadden we vooraf verwachtingen. Het leek bijvoorbeeld aannemelijk dat een positievere zelfwaardering zou helpen bij relatievorming. Ook hechting lag voor de hand. Wie zich relatief veilig voelt bij intimiteit en afhankelijkheid zou, zou je kunnen denken, gemakkelijker een beginnende relatie kunnen aangaan dan iemand die veel spanning ervaart rond nabijheid of mogelijke afwijzing.
Maar opnieuw waren de uitkomsten minder eenvoudig. Zelfwaardering voorspelde in deze studie niet wie een relatie vormde. De impliciete maten deden dat evenmin. En ook bij hechting verdwenen enkele verklaringen die in het dagelijks leven juist heel aantrekkelijk klinken.

We praten tegenwoordig veel over bindingsangst en verlatingsangst. Op sociale media lijkt bijna iedere mislukte relatie achteraf met een van beide woorden te kunnen worden verklaard.
Iemand trekt zich terug? Bindingsangst. Iemand zoekt veel bevestiging? Verlatingsangst.
Ik vind dat vaak te snel gaan. Niet omdat zulke patronen niet bestaan, maar omdat een herkenbaar etiket nog geen verklaring is. In ons onderzoek bleek die simpele tweedeling bovendien niet te voorspellen wie daadwerkelijk een relatie vormde. De meer gepreoccupeerde hechtingsstijl — sterk gericht op nabijheid — was geen significante voorspeller. De meer afstandelijke, dismissive hechtingsstijl evenmin. Eén ander hechtingspatroon was dat wel: fearful attachment.

Fearful laat zich niet gemakkelijk vertalen met één Nederlands woord. En misschien is dat juist goed, want het patroon is ook niet eenvoudig. Bij fearful ontbreekt het verlangen naar een relatie niet. Er kan juist een sterke behoefte aan nabijheid en verbondenheid zijn. Maar tegelijkertijd kan echte intimiteit ook spanning oproepen. Er ontstaat als het ware een dubbele beweging. Kom dichterbij.
En tegelijk: pas op.
Dat vind ik als psycholoog natuurlijk waanzinnig interessant. Alle deelnemers aan mijn onderzoek waren zeer gemotiveerd om een relatie te vinden. Ze meldde zich aan bij een matchmaker. Alle deelnemers hadden een sterk verlangen naar liefde en geborgenheid. En toch… waarom dan toch die dubbele beweging? Het cruciale woord is volgens mij nabijheid.
Want zolang een relatie nog een wens is, blijft nabijheid op enige afstand. Je kunt bedenken wie bij je zou passen. Je kunt verlangen naar iemand om je leven mee te delen. Je kunt zeggen dat je openstaat voor liefde. Maar dan ontmoet je werkelijk iemand. En die ander vindt jou misschien óók leuk.
Dan verandert er iets. Je kunt ineens worden afgewezen door iemand om wie je geeft. Maar je kunt ook worden gekozen. En juist dat laatste kan minstens zo kwetsbaar zijn. Want wanneer iemand werkelijk dichtbij komt, moet je niet alleen beslissen of die ander bij jou past. Je moet jezelf ook laten kennen.

Hier wil ik meteen voorzichtig zijn. De uitkomst betekent niet dat iemand met een fearful hechtingspatroon geen relatie kan krijgen. Zeker niet. Het betekent evenmin dat iedere single die na een paar ontmoetingen terugdeinst “fearful” is. In onze studie waren de odds op relatievorming voor deelnemers in deze categorie ongeveer zeventig procent lager dan voor de veilige referentiegroep.
Dat klinkt spectaculair, maar ook hier is precisie belangrijk: zeventig procent lagere odds is niet hetzelfde als zeggen dat iemand zeventig procent minder kans heeft op een relatie.
Bovendien vertelt een verband in een groep nooit precies wat er bij één individu gebeurt. En het totale model verklaarde maar een beperkt deel van de verschillen in relatievorming. Er blijft dus heel veel over wat we met deze psychologische kenmerken niet kunnen voorspellen. Dat vind ik belangrijk. Een wetenschappelijk resultaat moet onze blik scherper maken, niet mensen in een nieuw hokje stoppen.

De deelnemers in ons onderzoek wilden een relatie. Dat weten we behoorlijk zeker. Ze hadden zich actief aangemeld voor professionele matchmaking. Ze hadden gesprekken gevoerd over hun wensen, investeerden tijd en geld en gingen daadwerkelijk ontmoetingen aan. Daarom vind ik juist die fearful bevinding zo interessant. Het verlangen naar verbinding was er. Toch hing een patroon waarin nabijheid óók spanning kan oproepen samen met minder relatievorming.
Dat roept voor mij een heel andere vraag op dan: “Wie past bij wie?”, iets waar de matchmakers vooral mee bezig zijn. Misschien moeten we ook beter begrijpen wat er gebeurt nadat twee mensen aan elkaar zijn voorgesteld. Wat gebeurt er tijdens een eerste ontmoeting? En bij een tweede? Wat verandert er wanneer interesse wederzijds blijkt? Wanneer voelt twijfel als waardevolle informatie over de ander — en wanneer wordt twijfel misschien mede gevoed door wat nabijheid in jezelf oproept?
Het is de moeite waard om daar bij stil te blijven staan. Om in de spiegel te durven kijken. Maar misschien wel om veel beter te begrijpen wat er gebeurt op dat bijzondere moment waarop een relatie niet langer iets is wat je wilt. Maar iets wat werkelijk zou kunnen ontstaan. Want iemand willen ontmoeten is één ding. Iemand werkelijk dichtbij laten komen is iets anders.

Vul je naam en e-mailadres in. Je ontvangt regelmatig relatie tips en je blijft op de hoogte van onze diensten. ♥
"*" geeft vereiste velden aan